Minder bang?

Je bent niet de enige!

Veel kinderen, en ook grote mensen, zijn bang. Bang zijn is ook niet stom.
Maar misschien ben je bang als dat eigenlijk niet nodig is. Dat is heel vervelend.
Gelukkig kun je daar wat aan doen.

Bekijk de oefeningen & tips

Voorbeelden

Hier vind je voorbeelden van bang zijn waar veel andere kinderen ook last van hebben. 


Donker

Soms word je wel eens bang als er iets verandert om je heen. Bijvoorbeeld als het donker wordt ‘s avonds.

Als je in een stad woont, is het buiten bijna nooit donker. Maar wanneer je, bijvoorbeeld op vakantie, eens buiten de stad bent, schrik je wanneer je ’s avonds buiten bent. Je kunt dan bijna niets zien. Dat is logisch, want je weet dan niet wat er om je heen gebeurt.

Sommige kinderen zijn ook bang wanneer het in hun eigen huis donker is, bijvoorbeeld in hun eigen slaapkamer.

Sommige kinderen die bang zijn in het donker durven niet alleen naar hun slaapkamer te gaan. Of ze durven niet alleen in hun slaapkamer te blijven wanneer het licht uit is. Bang zijn in het donker is goed te begrijpen, want je kunt niet zien of er misschien iets vervelends gebeurt.

Sommige kinderen denken dan dat er een inbreker komt. Andere kinderen zijn bang dat hun ouders misschien weg gaan.

Vaak weten deze kinderen best dat ze daar niet bang voor hoeven zijn, maar als het zo donker is komt het bang zijn vaak weer terug.


Dieren

Bang zijn voor dieren is goed te begrijpen. Sommige honden kunnen je lelijk bijten. Een paard kan soms een gevaarlijke schop geven. En een wesp kan je een pijnlijke prik geven. Dat je bij zulke dieren een beetje bang bent is maar goed ook! Je past dan beter op zodat je niks gebeurt.

Maar sommige mensen zijn bang voor honden, die je echt geen kwaad kunnen doen en hartstikke lief zijn. Andere mensen zijn heel erg bang voor spinnen.

In sommige landen komen gevaarlijke spinnen voor, maar in Nederland gelukkig niet!

De meeste kinderen en grote mensen die bang zijn voor honden of spinnen weten dit ook wel, maar toch zijn ze heel erg bang.


School

Sommige kinderen gaan elke dag met veel plezier naar school.
De meeste kinderen hebben er niet altijd zin in, maar doen het toch omdat het nu eenmaal moet.

Er zijn ook kinderen die het heel erg vinden om naar school te gaan. Ze krijgen er pijn in hun buik van. Soms mogen ze dan thuis blijven, omdat papa en mama denken dat ze ziek zijn. Maar in het weekend en in de vakanties gaat de buikpijn dan vanzelf over.

Bang zijn om naar school te gaan heeft soms met de school te maken. Bijvoorbeeld als je rekenen erg moeilijk vindt, of als je bang bent dat je lage cijfers krijgt. Maar het kan ook dat andere kinderen niet aardig tegen je doen.

Soms doen andere kinderen helemaal niet vervelend. Maar je kan toch bang zijn dat ze vervelend gaan doen. Of dat ze je stom vinden. En dat is natuurlijk helemaal niet zo.

Als je niet naar school wilt of durft kan het ook met thuis te maken hebben. Misschien vind je het moeilijk om niet in de buurt van je vader of moeder te zijn. Dan vind je uit logeren gaan ook niet zo fijn denk ik. Dan krijg je vast heimwee.

Misschien snap je daar dan niks van en vind je het kinderachtig van jezelf. Maar dat helpt niet.