Wat kun je doen?

Als je dit soort gedachten hebt. kun je er veel last van hebben. Misschien ben je zo hard aan het denken dat je er moe van wordt. Dan kun je niet meer gewoon spelen met je vriendjes of vriendinnetjes. Of je kan je opdrachten op school niet meer afkrijgen. Of je denkt dat andere kinderen je raar vinden omdat je zo langzaam bent. En dat terwijl je juist zo hard bezig bent in je hoofd. Gelukkig kun je hier wat aan doen.

Bekijk de oefeningen & tips

Ik móet steeds dingen dénken

Iedereen denkt de hele dag door. Aan leuke dingen, aan vervelende dingen. Aan van alles en nog wat. Meestal denk je maar heel even aan iets en daarna weer aan iets anders.

Geluksdenken

Sommige kinderen moeten van zichzelf juist wel aan bepaalde dingen denken. Bijvoorbeeld: “Als ik maar steeds aan het woord “gezond” denk, dan word ik niet ziek. Of als ik maar altijd “lieve meester” denk, dan krijg ik geen straf. Of ze moeten altijd aan het getal 7 denken als ze net 13 hebben gezien. 7 is dan hun veilige of geluksgetal.


Zeker moeten weten

Sommige kinderen zijn erg bang dat ze iets niet zeker weten. Ze denken dan de hele dag: “Gebeurt er niks ergs?”. Of “Weet ik het wel zeker?”. Of “Ben ik niet te stom?” En vaak denken ze ook dat dat waar is: “Ik weet nooit iets zeker”. “Ik ben vast stom als ik dat niet weet”. “Hoe kan je nou iets zeker weten?” Soms denken ze dat ze helemaal niks meer kunnen.


Iets vervelends denken


Sommige kinderen en grote mensen denken vaak aan iets engs. Het lijkt dan wel of ze er niet mee kunnen stoppen. Natuurlijk proberen ze ergens anders aan te denken. Maar soms lukt dat niet goed. De enge gedachte komt steeds weer terug.

Sommige kinderen moeten bijvoorbeeld steeds denken aan een brand of een ongeluk. Of ze denken steeds: “Straks maak ik iemand ziek”. Of “Misschien is de juf boos op mij”.